Burgervader

By 24 September 2007a.p.

Je zal maar burgemeester zijn. Dat is geen baantje van negen tot vijf. Nee, burgemeester ben je 24 uur per dag. Het is eerder een roeping dan een beroep. Heel de dag vergaderen, overleg hier, overleg daar. ’s Avonds nooit thuis, want je moet honderden uitnodigingen afwerken. De ene gebeurtenis is nog “leuker”, dan de ander. Overal word je met open armen ontvangen en ga je met een bos bloemen (de dertigste van die week) naar huis. Je kan nooit eens lekker doorzakken, want je blijft de burgemeester. En ook als er geen bal aan is en je het liefst met de benen omhoog naar een spannende CSI zou willen kijken…. helaas; net doen of je het leuk vindt en blijven lachen.

Zonder te slijmen, ik vind dat Dordrecht echt een top-burgemeester heeft. Voor lezers van buiten de stad: de naam is Ronald Bandell, 61 jaar en sinds 2000 de burgervader van de oudste stad van Holland. Afgelopen zaterdag was hij samen met z’n vrouw uitgenodigd op de jubileumtaptoe van Jong Jubal. En ja hoor, ze waren er. Keurig gekleed en in opperbeste stemming. Ontvangen met een kopje koffie en een plakje natte cake. Even voor half acht werden ze keurig naar hun gereserveerde stoelen gebracht op de tribune van voetbalvereniging DFC.

Die tribune is prima, Jubal speelt er altijd graag, want het geluid weerkaatst lekker terug. Maar de stoelen mogen natuurlijk geen stoelen heten. Het gaat hier om plastic kuipjes. Deze kuipjes zijn hard en hebben het comfort van een spijkerbed. De eerste minuten gaan nog wel, maar dan ga je schuiven, hangen, onderuit zakken, rechtop zitten en weer schuiven, hangen en onderuit zakken. Je achterste verandert langzaam maar gestaag in een ijzeren grondplaat. VIP-stoelen of skyboxen hebben ze niet bij DFC. Dus ook de burgemeester en zijn vrouw nemen plaats in (of op) de riante kuipstoeltjes. Ze blijven lachen, ook na één uur, ook na twee uur, zelfs na bijna drie uur zitten is het nog een vrolijke boel.

Ik zie het aan en ben zo benieuwd wat ze zullen denken: “Zaten we maar lekker aan een wijntje op onze heeeeerlijke bank voor de open haard.” Ik zou het me in ieder geval goed kunnen voorstellen. Tijd is kostbaar en dan toch weer op een zaterdagavond op een tochtige tribune. Het is natuurlijk wel een leuke taptoe die ze krijgen voorgeschoteld. Veel aandoenlijke kinderkes die met hun toeter of trommel hun best doen. `De jeugd heeft immers de toekomst.` Het pas perfect in het gemeentelijke beleid. Hier en daar spelen ze wel een tikkeltje onzuiver en onduidelijk, maar dat wordt ze direct vergeven en het enthousiasme overwint alles. Verder zijn er allerlei toespraken (“in het bijzonder heten wij de burgemeester en z’n vrouw van harte welkom”), toegiften en prijsuitreikingen. En weer een avond voorbij…..

Drie uur op een tribune? Ik houd het niet vol, loop graag een beetje rond, biertje hier, gesprekje daar en af en toe pik je eens een optredentje mee. Maar dat kan je als burgemeester natuurlijk niet maken. Ik moet er niet aan denken, maar daarom ben ik ook geen burgemeester. Bandell wel, en hij doet het samen met z´n vrouw met verve. Ze gaven na afloop aan het echt leuk te vinden. En ik geloof ze! Nou ja, na drie uur kuipstoeltje zullen ze vast niet ontkennen dat de eigen bank een welkome afwisseling was.

Ik heb op andere verenigingen gezeten in andere steden en daar zag je de burgemeester nooit. In Dordrecht is dat wel zo! Na de aubade met Koninginnedag staat half Jubal een glaasje te drinken met de burgemeester en als we winnen of er komt een Amerikaans corps dan wordt er een officieel ontvangst geregeld. (Volgende week weer?) Ik vind het prachtig. Jubal wordt serieus genomen, honderden jongeren hebben bij ons een geweldige hobby, het houdt ze van de straat en dat ziet de gemeente. De gemeente ziet ook dat Jubal een ambassadeur is door de vele optredens in het buitenland. Bandell weet het allemaal, dat we in Italië zijn geweest, dat zaterdag weer een belangrijke dag is voor de club en ga zo maar door.

Bandell is burgervader van Dordrecht, maar voor mij is Bandell vooral ook burgervader van Jubal. We zullen ‘m nog vaak uitnodigen. Ik zal de kuipstoeltjes warm houden….

a.p.