Camp 2009

By 14 April 2009a.p.

Met gepaste trots heb ik de afgelopen dagen de verrichtingen van m’n clubbie gevolgd. Er zijn wel eens momenten dat Jubal me effe gestolen kan worden, maar tijdens zo’n kamp weet je weer waar je het allemaal voor doet. De leden van Jubal -ik noem ze steeds vaker kinderen, omdat ik steeds ouder word of zij steeds jonger (ik vermoed het laatste)- hebben tijdens de Paasdagen alles gegeven om op Koninginnedag niet voor joker te staan. De laatste jaren is het streven om voor die heilige datum de show af te krijgen, omdat het publiek in april net zoveel recht heeft op een goede show als het publiek in september. En het is weer gelukt, de show zit er in!

De show gaat door, waar die van vorig jaar is geëindigd. Kan dat? Ja, dat kan. Hoe hoog kan je in die ladder klimmen, wanneer is het einde in zicht? Ik denk nooit. En dat is maar goed ook. Voor je gevoel moet je ieder jaar weer een stapje er bovenop doen, want “the only way is up!” Het zou wat zijn als je met elkaar afspreekt om het eens een jaartje wat rustiger aan te doen, dat kan natuurlijk niet bij het spelletje wat wij met elkaar spelen. (In Engeland denken ze daar weleens anders over.) Smaken verschillen, dat wel. Het ene jaar spreekt de muziek je meer aan, dan het andere jaar. Of beter; het ene jaar spreekt het thema je meer aan, dan het andere jaar. Want het draait allang niet meer om de muziek alleen. Het is een totaalconcept van muziek, show, theater, dans, sport, spel, zaklopen en koekhappen. Een trend die je bij elk drumcorps ziet.

Het concept van Jubal is dit jaar geweldig! (Verrassend hè!) “Goochelaars en Geesten” was de werktitel, maar ik geloof –bij gebrek aan een betere titel- dat dit ‘m ook definitief wordt. Lekker Nederlands, ben ik fan van, en zoveel optredens in het verre buitenland hebben we toch niet. Het thema, zoals het ook hoort bij een thema, loopt als een rode draad door de show. We gaan geesten zien komen en weer zien verdwijnen, de act “zwevende handen” wordt er één waar het hele WMC nog dagen over na zal praten. Je ziet alleen handen, die alle kanten op gaan. De diehard-drumcorps-fan zal wel weer zuur zeggen: “ oooh, dat ken ik allang, dat gaat zo en zo”, maar het publiek, vooral Jan Publiek, zal er van smullen. Verder lopen de dames met hoge goochelhoeden rond of zitten dan weer verstrikt in stalen kettingen. Het enige wat ik nog mis is Hans Klok met een grote windmachine om z’n haar te laten wapperen. Maar wat niet is, kan nog komen, we hebben immers elektriciteit op het veld.

Het is goed om te zien dat m’n clubbie nog steeds groeit en bloeit. Een dikke vette brass, een overvolle fieldpercussion en gelukkig weer een flinke guardgroep. Vooral met dat laatste ben ik erg blij . Dat de guard vorig jaar met negen leden op het veld liep, was voor mij de domper van het jaar. Natuurlijk zijn ze goed enzo, maar vijftien vlaggen die de lucht in gaan ziet er een stuk gaver uit dan negen. En dat geldt eigenlijk voor alles binnen een drumcorps. Zoals jullie weten ben ik groot voorstander van een groot drumcorps. Stiekem vindt iedereen dat natuurlijk, alleen is het wat moeilijk om over te praten als je zelf minder groot geschapen bent. Kleinere clubs hebben het altijd over de kwaliteit die geldt, helemaal mee eens natuurlijk. En dus is kwaliteit én kwantiteit het perfecte drumcorps-recept voor mij. En ja, alles is relatief als je weer eens in de VS gaat kijken.

Wat verder nog opviel dit camp? Het internationale karakter van de club is enorm dit jaar. Zo zijn in de snareline de Nederlanders in de minderheid door de aanwezigheid van twee Duitsers en twee Belgen, van de overige drie Nederlanders komt er niet één uit Dordrecht. En ook in de rest van het corps hoor je Frans, Vlaams, Duits, Engels en soms nog een beetje Nederlands. Verder is het altijd leuk om wat “spionnen” op de repetitie te zien verschijnen. Ik zou zelf die moeite nooit nemen, maar alles beter dan de meubelboulevard op tweede paasdag. Verder heb ik genoten van de enorme gedrevenheid bij alle leden. Een pauze van een uur? Joh, dat hoeft toch niet, een half uur is meer dan voldoende.

Dit wordt een puik jaartje!

a.p.