DM

By 16 February 2009a.p.

Onlangs las ik een berichtje op de site van Juliana. Met trots werd de nieuwe drummajor aangekondigd. Of zoals er figuurlijk stond geschreven: “Het stokje wordt overgedragen”. We nemen met pijn in het hart afscheid van de oude DM. Ik vond ‘m wel goed, afwachten hoe de nieuwe het gaat doen. Kennelijk een bijzonder moment om daar speciaal aandacht aan te besteden. Maar die aandacht zegt ook wel iets over de bijzondere plek die de DM inneemt, het is toch een soort mini-ster, een BN’er, of beter dus: een DM’er.

Drummajors, en laat ik me dan beperken tot drumcorps, zijn er in alle soorten en maten. Ik vind het heerlijk om ze te observeren. Ooit in een ver verleden heb ik ook nog wel eens de ultieme droom gehad om drummajor te worden. (Wie niet?) Oefenen voor de spiegel natuurlijk met een grijsgedraaide opname van Scouts ’88. En dan maar hopen dat je broer of zus niet onaangekondigd je kamer kwam binnenlopen, want dan stond je voor gek! Maar helaas, het is er nooit van gekomen. Geen idee waarom het niet is gelukt en nu is het te laat. Toch blijft het een fascinerend “vak”, je bent het gezicht van de hele club, maar je staat er ook weer helemaal alleen voor. En dan is natuurlijk de vraag: hoe geef je je eigen draai eraan. En dát is dus een feest om te bestuderen.

Zo heb je de menselijke metronoom, eigenlijk het saaiste type. Dat is een DM die heel sta-ka-to, recht toe recht aan, bewegingen maakt, keurig in de maat, strak naar beneden, strak naar opzij, een perfecte hoek van 90 graden. Eigenlijk geen fluit aan, maar voor de mensen op het veld wel prettig en je weet in ieder geval waar je aan toe bent. Zielig is de in zichzelf gekeerde DM. Ik krijg altijd medelijden met deze toch veel voorkomende DM. Deze drumajor begint als een idioot te zwaaien, heel heftig en heel veel, kijkt moeilijk en begint na één seconde direct te zweten. Het hele korps negeert de DM, waardoor het heeeeel eenzaam wordt op dat hoge, winderige en koude podium.

Waar ik de kriebels van krijg zijn de acteur-types, die er al een hele show van maken om het podium op te lopen. Ze laten dan expres zien hoe wankel het trapje is, zodat het publiek daar om kan lachen. Bovenaan het trapje wordt met een krachtige stampbeweging het einddoel bereikt; het podium. Terwijl de arme leden staan te wachten, begint de DM nog een praatje met het publiek, lacht wat, zwaait wat en als de naam van de DM’er wordt omgeroepen komt er een onbegrijpelijke, theatrale groet van minimaal vijf minuten die eindigt een saluering… mét trillend handje natuurlijk. Daarna wordt een pirouette gemaakt richting korps, de hoed gaat af met een driedubbele flikflakdraai en daarna kan eindelijk de show begonnen. Oh wacht even, nog niet helemaal. Eerst wordt tergend langzaam uit de binnenzak het dirigeerstokje getoverd. Op dat moment zijn bij mij de jeukbulten in alle hevigheid tevoorschijn gekomen.

Wat is dan wel de perfecte DM? In mijn ogen de DM die van alles een beetje heeft en vooral in dienst staat van de leden, dus niet in dienst van het publiek en al helemaal niet in dienst van zichzelf. De perfecte DM kan strak dirigeren, maar weet er ook gevoel in te brengen. De perfecte drummajor M/V ziet er goed uit, heeft een mooi pak an, flirt een beetje met het publiek, maar zeker niet te veel. De perfecte DM weet balansproblemen met kleine tactische aanwijzingen op te lossen en tot slot: de ideale DM laat z’n leden nooit onnodig lang in de houding staan, houdt het volledige overzicht en blijft rustig, kalm stil. Overwicht is prettig, maar ook niet te veel, want dan is het eerder een schreeuwende DM-agent en dat komt zo onsymphatiek over

Zo zie je maar, het is nog niet zo eenvoudig om in de ogen van AP de perfecte DM te zijn. Ze zijn er zeker, in binnen- en buitenland, er zijn er veel die heel aardig in de buurt komen. Ook binnen m’n eigen club hebben we een lange rij goede DM’s, tot de dag van vandaag. Er zijn prachtige DM voorbeelden, die pikzwarte jongen in smetteloos wit Phantom Regiment uniform, tja, dan kan het al niet meer kapot natuurlijk. Kleine meisjes voor grote korpsen, altijd beter dan grote meiden voor kleine korpsjes.

Een DM is dus belangrijk, maar ook niet heilig. Nou ja, één uitzondering wil ik maken en dan zijn we weer terug bij het korps waar ik deze column ook mee begon. Toen ik nog heel klein was en in het mooie Middelburg woonde, stond er voor Juliana (toen nog met meer dan tachtig leden) een roodharige drummajor die tijdens de line-up van z’n korps snel van het podium afsprong, het veld op rende, zich omdraaide en dan voor de line-up ging lopen: superstrak saluerend mét opgeheven hoofd én hoog marcherend. Wauw, dat was een DM-god!

A.P.