Eén keer, maar nooit weer

By 4 October 2005a.p.

Ligt het nu aan mij, of ligt heel drumcorps-minnend-Nederland na de finals in Rotterdam op z’n gat. Een winterslaap, radiostilte, time-out? Ik weet het niet, maar het valt wél op. Na die mooie zaterdag verschenen er op zondag en maandag overal verhalen, foto’s en reacties, maar daarna….. stil. Merkwaardig: honderden, zoniet duizenden mensen leven hier een heel jaar naartoe, en dan is het evenement der evenementen voorbij, en het valt helemaal stil. Geen napraat-sessie, geen afkick-kliniek, gewoon over en uit. Raar, maar waar.
Het staat in stil contrast met de vorige edities van de DCE-finals. Toen werd er wekenlang nagepraat, afterparty’s, en ellenlange evaluaties. Ik kan ze niet vinden. Ja, er wordt wat nagemopperd over de drumline-prijs. Er worden jurytapes online gezet met als achterliggende bedoeling om drumlines met elkaar te vergelijken. Boeiend! Verder wordt er nog wat nagekeuteld over het Sparta-stadion en het deelnemersveld, maar dan is de koek toch wel aardig op. Waar ligt het aan? Wellicht zijn we verwend geraakt. De eerste DCE-finals waren een verademing voor drumcorps-liefhebbers. Iedereen was vol lof over de organisatie en het verloop van het evenement. Vorig jaar was dat ook nog zo, en dit jaar…. vinden we het de normaalste zaak van de wereld.
In mijn vorige column heb ik mijzelf er al op betrapt dat ik met kritiekpuntjes durfde te komen richting DCE. Eigenlijk compleet onterecht, want wat zij in een paar jaar voor elkaar hebben gekregen, daar kan geen andere muziekorganisatie tegenop. Korte lijntjes en het belang van de verenigingen bovenaan, het was een verademing. Maar we zijn verwend geraakt. Alles loopt op rolletjes, het stadion zit de hele dag vol, een internationale jury, deelnemers uit heel Europa en een spannende avond. Toch beginnen we opmerkingen te maken over prelims, de locatie en zelfs het belang van een Amerikaanse jury wordt ter discussie gesteld. Tuurlijk, het kan altijd beter, maar we moeten oppassen om niet direct weer in een zeur-cultuur terecht te komen.
Ik weet eerlijk gezegd zelf ook niet veel meer te schrijven over de finals. Ik had de hoop het nog wekenlang te kunnen uitmelken, bij gebrek aan beter, maar ook ik kom niet verder. Bij mij persoonlijk ligt het aan de sfeer van die dag. Laat ik er maar ronduit voor uitkomen; ik heb leukere finals meegemaakt en dus wil ik het snel vergeten en niet meer te veel over hebben. Dat heeft natuurlijk te maken met de uitslag, uiteindelijk kwam het wel weer redelijk goed, maar ja, dit kon natuurlijk eigenlijk niet. Laten we het erop houden dat dit één keer, maar nooit weer was! Ik vond het een blamage, Jubal-onwaardig. Waar het aan ligt? Het zal de komende tijd uitgebreid geëvalueerd worden. We hebben veel problemen gehad dit jaar, kijk bijvoorbeeld alleen maar eens naar de snareline. Tjemig, ik heb in één seizoen nog nooit zoveel wijzigingen gezien. Was de muziek oké, de show, de instelling van de leden, staff of bestuur, de optredens, enzovoort, enzovoort.
Alles zal de revue passeren, met als één doel: een betere prestatie dan op die bewuste zaterdag in Rotterdam. Natuurlijk wordt de concurrentie vanuit het buitenland groter, maar bij Jubal hoort maar één cijfer en dat is nummer 1. Wij weten het, nu de rest nog. En dat kan alleen maar met een hoop verbeteringen ten opzichte van het afgelopen seizoen. Laten we het houden op een leerzaam jaar, met zeker veel hoogtepunten (denk aan Italïe), maar om in wijntermen te spreken: ik ken betere jaren. Geeft niets, opstaan en weer doorgaan….
a.p.

Next Post