Finals 2006

By 24 September 2006a.p.

Zo, was dat effe lekker wakker worden vanmorgen. Zelfs dat bonkende hoofd voelde ik niet meer, toen ik weer direct dacht aan gisteravond. Dat is in het verleden wel eens anders geweest. Dan wilde ik nooit meer wakker worden en die nare nachtmerrie vergeten. Nu is het eindelijk, eindelijk, eindelijk…. eens anders. Zelden zo gespannen geweest, zelden zo emotioneel. Lange tijd zag ik het niet zitten, dat begon met die regen. Een hele week korte broeken-weer en als het erom gaat is het hondenweer. Zes punten achteruit ten opzichte van Oss op basis van het zelfde manual. Twee weken het leplazerus gerepeteerd en dan onder de 80. Probeer het maar eens aan de leden uit te leggen. Toen wist ik het zeker: dit wordt niet onze dag en er gaan weer rare dingen gebeuren. Gelukkig had ik het mis, zoals wel vaker. Alhoewel, rare dingen gebeurde er…

De avond in Rotterdam is met geen pen te beschrijven. Normaal schrijf ik in een uurtje een A.P. Nu stel ik het maar uit en kom geen steek verder. Waar moet ik beginnen? Geen idee… Het mooiste was natuurlijk de uitslag: maar vanaf dat moment ben ik een soort roes geraakt die vlekkeloos overliep in beschonken toestand, waardoor ik nu al de hele dag een soort flashbacks heb van de meest geweldige “oh-ja-momenten”. En die waren er genoeg. Sterker nog: ik heb nog nooit zo’n blije, vrolijke, jankende, champagne-drinkende, sigaren-rokende, springende, hangerige, knuffelende, trotse, opgeluchte en zelfverzekerde groep Juballers bij elkaar gezien.

Zal ik jullie eens een geheimpje verklappen? Ik was niet in het stadion tijdens het bekend maken van de uitslag. Noem me laf, noem me een loser: maar ik kon het niet. Dat nare gevoel wat ik de hele dag al had (behalve tijdens de twee top-shows), kwam tot een climax toen die fraaie Engelse speaker met de uitslag kwam. Alle doemscenario’s speelden door mijn hoofd. Het zou toch nog niet zo zijn dat we er weer naast pissen. Niet dit jaar, niet met dit programma, het was nu of nooit. Ik ben weggelopen, laat m’n clubje in de steek en heb me opgesloten in de truck. Die moest toch bewaakt worden, want de halve buurt had er al bijna bezit van genomen. Ik was gelukkig niet de enige, ook voor anderen was de spanning te groot om fysiek aanwezig te zijn in het stadion.

Daar loop ik dan, te ijsberen door een verlaten truck. Buiten proberen een paar vrienden het geluid van de speaker op te vangen. Eerst de captions, dat voorspelt weinig goeds. Ik zak verder in elkaar, geef de hoop al bijna op. Op de vierde plaats Beatrix.. . Dit kan niet waar zijn, die winnen toch altijd? En dan die Engelse corps. Geweldig zijn ze, althans zeggen ze, want ik kan het de hele dag niet opbrengen om naar de directe concurrenten te kijken, daar word ik alleen maar nóg onzekerder van. De Luxaflex-show van Northern Star is dus helemaal toppiejoppie, Senators imponeert. En Jubal dan? Jongens, kom op: Jubal moet winnen. En zo geschiedde: als ik met m’n oren dicht tóch een gegil van buiten hoor, weet ik het direct. Anders was het oorverdovend stil gebleven, waarschijnlijk voor goed. Ik vlieg naar buiten, nu wil ik wél naar het veld toe.

Ik krijg vier flessen champagne in m’n handen gedrukt, de rest rent ook mee met nog eens vele flessen bubbelbocht. Ik stuit op een strenge dame bij een hek. Voor ze nog maar iets kan zeggen, bek ik ‘r af (alsnog mijn welgemeende excuses). Ik gil: “Ik heb champagne voor de kampioenen, ik moet er nu door!” Het hek gaat verbazingwekkend snel open. Als een verdwaald, jankend kind, zoek ik naar m’n Jubal-vrienden. Er springt iemand op m’n nek, een ander gooit m’n haar in de war, ik zoen, jank verder, omhels, lach, drink, zuip en laat de kurken knallen. Alle mensen om mij heen doen hetzelfde.

Er ontstaat een rare situatie: de staff wil naar het corps, het corps naar de staff. Maar dat kan nog niet. De overige corps verdienen natuurlijk ook een mooie afmars. Ik zie weer fijne, collegiale dingen gebeuren. Ik vind alles mooi en prachtig, ik zit immers in een roes, net als de rest schat ik in.  Als Northern Star het veld heeft verlaten is het rennen en vliegen. Met geen pen te beschrijven. Een tombola van emoties, gegil en geschreeuw. Trotse ouders komen het veld op, ik zie de ere-voorzitter janken, oud-Juballers komen uit alle hoeken en gaten. Er gaan mensen op de schouder, anderen liggen rollenbollend op de grond. Tijd voor de toegift, dat was pas echt lachen. Eerst nog even een opwarmertje van de brass. Mijn hemel, wat een sound, die caption hebben we toch ook gewonnen, of niet? Nou goed, kan mij het schelen. Hier staan de winnaars en dit keer hebben ze een zwarte broek en een oranje jasje aan! Die kampioensshow beleef ik ook in een roes. Zoals ik ’s ochtends had voorspeld: er gebeuren rare dingen, maar deze rare dingen zijn leuk. In één keer sta ik oog in oog met Drummerboy, jullie weten wel, mijn favoriete Belg. We worden aan elkaar voorgesteld, ik vind nog steeds alles mooi en prachtig. Krijg een Belgisch biertje van ‘m, dank je Johan. Niets staat een warme vriendschap meer in de weg.

En dan het clubhuis. Het is lang geleden dat ik zo’n puinhoop heb gezien. Het gaat maar door, party-corps.

Juballers, a.p. houdt van jullie, maar volgend jaar niet meer zo spannend, dat trek ik niet meer. Gewoon vijf punten er boven en niet meer van dat “tienden-geneuzel”. Geniet hier maar lekker lang van, het kan in ieder geval nog 364 dagen.

a.p.