George

By 18 August 2007a.p.

Weet je wie ik nou een fascinerende man vind? George Hopkins! Iedereen die het drumcorps-wereldje een beetje volgt, heeft deze naam weleens voorbij zien komen. George Hopkins is de grote baas van The Cadets Drum and Bugle corps, je weet wel dat corps dat vrijwel elk jaar in de top drie van de DCI-competitie belandt. Wat is dat toch voor een man? Ik moest er aan denken toen ik las dat hij weer voor een relletje had gezorgd tijdens de DCI Quarterfinals in Pasadena. Hopkins loopt zoals altijd parmantig voorop als zijn corps het veld betreedt, maar dan ziet het publiek het corps omdraaien en het veld direct weer verlaten. Wat blijkt: een aantal lijnen was niet goed gekalkt. Daar neemt Hopkins geen genoegen mee.

Boeoeoeoeoeo!!!!!! Het grote publiek heeft sowieso al een bloedhekel aan George Hopkins, en als hij dan zoiets flikt is dat natuurlijk koren op de molen van de duizenden toeschouwers. In aller haast komen een paar mannetjes aanrennen die de lijnen weer zichtbaar maken en de show kan beginnen. Achteraf krijgt The Cadets voor dit akkefietje twee volle punten penalties, maar –ik denk- na een stevig gesprekje tussen Hopkins en de DCI-board worden die strafpunten weer ingetrokken. Want, moet DCI later schoorvoetend toegeven, George Hopkins had gelijk…..

George Hopkins begon zijn drumcorps-carière in 1960 bij de Holt’s Hornet’s Drum and Bugle corps (wie kent ze niet) en speelde daar snare. Dat heeft hij altijd volgehouden, eind jaren zeventig werd hij snare-instructeur bij The Cadets en later captionhead percussion. Maar als snel begon hij zich te bemoeien met het management. Toen de voormalige corpsdirector er in 1982 mee ophield, mocht Hopkins het gaan proberen. Hij doet dat tot de dag van vandaag, inderdaad hij is al 25 jaar corpsdirector van één van de meest toonaangevende drumcorps van de wereld! Hij schijnt z’n corps met ijzeren hand te besturen en zijn wil is wet. Maar met resultaat: The Cadets werden 9 (negen) keer wereldkampioen sinds Hopkins aan het roer staat. Ik zeg; “bravo!”

Toch heeft Hopkins weinig fans. Misschien wel binnen zijn eigen organisatie, maar de buitenwereld vindt het maar een irritant ventje. Hij is namelijk de man die drumcorps constant wil vernieuwen. Op het jaarlijkse DCI congres speelt hij altijd een belangrijke rol en komt met de meest waanzinnige voorstellen om drumcorps “te verbeteren”. Hij kwam met voorstellen om elektrische gitaren toe te staan, saxofoons moesten ook kunnen en ga zo maar door. Tja, daar moet je bij de conservatieve drumcorps-fans (die toch al balen van al die onbegrijpelijke programma’s) natuurlijk niet mee aankomen. Ook collega corpsdirectors houden hun hart vast als Hopkins weer met één van zijn gekke ideeën komt. Maar er zit wel een visie achter: “Als drum corps de MTV-kijkende jeugd wil blijven aanspreken, dan zal het moeten vernieuwen. Gebeurt er niets, dan is drum corps ten dode opgeschreven”, aldus Hopkins.

Maar toch, lang niet al zijn voorstellen worden overgenomen, sommigen houden wel stand. Een versterkt front-ensemble, dat in zijn idee. Eindelijk kan je die prachtige keyboards eens goed horen. Al dat “ge-ouweneel” door die microfoons hoeft voor mij dan weer niet, maar versterking van de instrumenten vind ik goed bedacht. Iedereen doet het en het werkt perfect. Een kwestie van tijd (en geld) dat we er hier in Europa ook mee gaan beginnen. Verder kwam hij op het laatste congres met het voorstel om het maximaal aantal leden te verhogen van 135 naar 150 leden. Zijn voorstel werd aangenomen en ik zeg: heeeeeerlijk. Hoe meer mensen op het veld, hoe lekkerder (lees harder)!

Hopkins is onvermoeibaar en daardoor voor velen een eng strebertje. Maar wat hij bedenkt en regelt voor z’n corps is briljant. Effectieve uniformwijzigingen, een top-staff, supershows, ga zo maar door! Zijn doorzettingsvermogen is ongelofelijk en ik weet zeker dat die elektrische gitaren er ook nog gaan komen. Op het laatste congres haalde dat voorstel het net niet, volgend jaar probeert hij het gewoon opnieuw. Volgens mij blijft die Hopkins tot z’n dood corpsdirector. Wat ik, op grote afstand, van hem vind? Een irritant, maar geniaal persoon. Fascinerend dus, ik zou ‘m graag eens ontmoeten.

a.p. (die even een paar weekjes naar een land gaat waar de zon wél schijnt)