Hoog geëerd publiek

By 19 September 2004a.p.

Er is de afgelopen week veel te doen geweest over het gedrag van publiek. Op de mediataptoe in Hilversum waren veel mensen erg luidruchtig. (Behalve bij de optredens van Jubal en Beatrix.) Het commentaar na afloop was niet van de lucht: “a-sociaal, niet-collegiaal”. En de discussies hierover zijn (natuurlijk) in alle hevigheid losgebarsten. Volgens mij was ik ook zo iemand die er niet in geslaagd is om drie uur z’n mond te houden. In die tijd is het ook niet gelukt om braaf op een stoeltje te blijven zitten. (Ik heb geen stoel gezien.) Maar ja, je weet hoe dat gaat. Je komt binnen, ziet de ene na de andere bekende, er staat een biertap en het wordt erg gezellig. Je pikt twee drum corps-shows mee, en de andere korpsen zorgen voor een gezellig achtergrondmuziekje.Ik kan natuurlijk zwaar in de aanval gaan, want ik ben helemaal niet a-sociaal (toch?). Bijvoorbeeld door te schrijven dat je als corps er zelf om vraagt, wanneer je een deel van de show aan de andere kant van het veld opvoert, in de richting van een donker kantoorpand met als enige toeschouwer een wegrennende kat. Tja, dan is mijn aandacht een klein beetje weg, sorry daarvoor. (“Joehoee, we staan hier hoor!”)

Maar ik ga er niet te diep op in, omdat Jubal bij optredens weleens met hetzelfde probleem te maken heeft: publiek dat zich niet goed gedraagd. Want effe serieus, het is natuurlijk niet erg netjes om bijvoorbeeld te gaan zitten bellen, gillen, lopen en zwaaien als een corps net een gevoelige ballad aan het opvoeren is. Bij Jubal was het publiek in Hilversum netjes, maar dat is ook wel eens anders.

Het ligt er erg aan waar je bent en wat voor evenement het is. Het is algemeen bekend dat het Dordtse publiek niet echt het zonnetje in huis is. Als Jubal voorbij komt lopen staan mensen je met een chagrijnig gezicht aan te staren alsof ze willen zeggen: “donder alsjeblieft een eind op”. En sommigen zeggen dat dan ook. “Hé, lach eens!”, is ook zo’n veel gebruikte erg originele opmerking in het Dordtse. In Frankrijk zijn ze vooral geïnteresseerd in de confetti-spuitbus en het feit dat je die zo leuk kan leegspuiten op muzikanten die zichzelf toch niet mogen verroeren.

En dan zijn er die irritante oordichtdrukkers. Dat zijn mensen die persé vooraan willen zitten, maar vervolgens wel openlijk demonstreren dat ze door de korte afstand tussen hen en Jubal wel erg veel lawaai te verwerken krijgen. Twaalf minuten lang stoppen ze vingers in de oren. Deze mensen beseffen niet dat dit “tafereeltje” voor de leden niet echt leuk is. Ook zijn er in het publiek altijd mensen die zoeken naar een slachtoffer, iemand eruit pikken en dat vervolgens tegenover iedereen die het maar wil horen (of niet) gaan vertellen. “Oh kijk, er loopt een jongen met een vlag tussen”. Of, “oh, die mag wel wat kilootjes afvallen, die valt straks ter plekke neer.” Dat soort opmerkingen.

Soms is het ook wel lachen. Bijvoorbeeld met een persoon die in de huid kruipt van de drum-major en ervoor gaat staan, mee gaat zwaaien, mee gaat marcheren, en –het allerleukste- aanwijzingen gaat geven aan leden. Leuk zijn ook de vertederende jongetjes die met hun trommeltje apetrots staan mee te trommelen. Maar tot slot: Gelukkig zijn de meeste bezoekers van een taptoe nog oprecht geïnteresseerd in de kunsten van muziekverenigingen. En deze mensen moeten we koesteren, want daar zijn er niet zoveel meer van.

a.p.