Kortrijk

By 27 June 2005a.p.

Even ter introductie een oud-Hollandsch liedje: “Al die willen te kaap’ren varen, moeten mannen met baarden zijn.” Maar in dit geval gaat het niet om Jan, Piet, Joris en Corneel. Nee, hier zag ik broekies van onder de 21 met namen als Pete, Dave, John en Bill. Ze zien er ouder uit dan mijn vader van 68, maar zijn écht heel jong. Jaja, ik heb het over de Blue Devils van dichtbij. De godenzonen zijn gearriveerd en ik heb ze aangeraakt. Die gasten dragen allemaal een baard, toen ik hun leeftijd had begon het dons net een beetje door te komen, maar dat terzijde. Ze zien er volwassen uit, in het gedrag is dat niet altijd terug te vinden, maar wél in hetgeen waarvoor ze hier zijn: showtjes opvoeren. En dat hebben ze gedaan.
Er is maar één onderwerp waar ik over kan en mag schrijven: contest Kortrijk. Wat een feest, wat een gezelligheid, wat een drumcorps-genot. Het is lang geleden dat ik zo’n mooi evenement op Europese bodem heb mogen aanschouwen. The Blue Devils, ze hebben een onvergetelijke indruk achtergelaten met een sublieme show. Wat een gekte in het stadion, ik zie in het publiek mannetjes van tien jaar en jonger helemaal uit hun plaat gaan. En inderdaad, die Wayne Downey heeft de hele dag alleen maar handtekeningen staan uitdelen. Wat is zo’n dag goed voor de promotie van drumcorps, een muziekstijl die op steeds meer begrip en erkenning in Nederland kan rekenen. Uiteraard zijn de eerste zure reacties ook alweer binnen, ik had ook niet anders verwacht.. Op het hafabra-forum durft iemand (hij heet Marcel) met droge ogen te beweren dat KenG en Advendo helemaal niet onder doen voor de Blue Devils. Gelukkig wordt er hard om gelachen.
Onbegrijpelijk zo’n mening, zeker van iemand die het heeft gezien. Ik heb de hele show op mijn cameraatje opgenomen en vandaag een aantal keren zitten bekijken. Er gebeuren dingen die ik gewoon niet kan verklaren. Hoe krijg je het voor elkaar om een keiharde hit clean te krijgen als het korps over het hele veld, van de tien tot de andere tien, verspreid staat. En zo kan ik nog honderd andere dingen noemen. En dan zo’n trut-reactie van iemand die KenG en Advendo eigenlijk ook wel heel goed vindt. Ja, ik ook, maar de Blue Devils zijn echt van een andere orde. Dat hebben duizenden mensen gezien en dat hebben ze ook laten horen.
Het heeft natuurlijk alles te maken met het WMC. De Nederlandse drumcorps-top scoort in Kortrijk 65, 66 punten, die Amerikanen scoren rond de 93, een gat van zo’n 28 punten. Hoe gaan ze dat op het WMC doen als je weet dat de top-drumcorps daar rond de 90 punten of méér scoren. Dan zit Devils dus op 118, maar dat kan dus niet, want bij 100 houdt het op. Dat wordt worstelen, wikken, wegen en constructies verzinnen waarvoor ik jullie graag wil verwijzen naar mijn vorige column. Ik wil het nog verder doorvoeren, er staat zelfs een reputatie op het spel. Wordt het WMC nog serieus genomen als het gat tussen Devils en de rest klein is, of, (en het zou met niets verbazen) als er nog een korps meer punten haalt dan de Devils. Iedereen die de Devils heeft gezien, behalve die ene Marcel (en hij noemt zich nog “liefhebber” ook), weet dat geen enkel korps in Europa aan de kwaliteiten van de Devils kan tippen.
Nog meer te bespreken, jazeker: ik kan wel tien colums schrijven over Kortrijk. Laten we het even hebben over die jongen in de pit van de Blue Devils. Hij heeft een microfoontje om en vertelt het verhaal over de Dance Derby of the Century, gebaseerd op de jaren twintig in de VS. Gigantische boxen onder de keyboards verspreiden zijn woord, het lijkt wel zo’n goedkope Amerikaanse TV-priester. Ik heb er niets van meegekregen wat deze beste jongen loopt te roepen. Iets van “Yea folks, it goes on and on and on, number one, two, three.” En iets in de trant van “jause, jause, jause”. Ik ken de jauser vooral uit Oostenrijk, dat is daar namelijk een plank met vlees en kaas. Maar ik denk dat de Devils dat er niet mee bedoelden. Jullie begrijpen het: ik ben geen grote fan van die electronische toestanden. Overigens is de versterking van een conga of andere tom wel prettig, maar dat geklets tussen door hoeft voor mij niet.
Er wordt namelijk al genoeg gekletst. Over boegeroep bijvoorbeeld. Het gastenboek van Jubal werd zondagochtend direct vervuild met iemand die zó had genoten, maar zich had geërgerd aan boegeroep. Tja, ik snap dat ook nooit. Maar het gebeurt al honderd jaar, overal ter wereld en in elke tak van sport. Toch is er weer iemand die er een big issue van maakt door het overal op internet te verspreiden. Hij schrijft dat dit soort provocaties niet goed zijn voor de hobby, niet (of wel) beseffend dat hij op zo’n moment zelf het hardst loopt te provoceren. Dankzij hem ontstaat er namelijk een discussie waar niemand op zit te wachten, en al helemaal niet een dag na zo’n evenement.
Laat ik dus positief eindigen. Dit smaakt naar meer, een Amerikaans corps in Europa zet het wereldje weer op scherp en laat ons beseffen waar we het allemaal voor doen. Entertainment; zolang je dat als corps lukt, is al het andere bijzaak. Italy, here we come. O Solo Mio!
a.p.