The Theater Europe Finals 2011

By 26 September 2011a.p.

De DCE Finals 2011: een onvergetelijke dag die ik eigenlijk zo snel mogelijk wil vergeten. Maar dat is onmogelijk, gezien alle mooie, maar ook minder mooie momenten. Ik heb veel gelachen, veel gejankt, veel gekroeld, veel gezoend, veel geschreeuwd, veel getoeterd, veel gedronken, veel mensen ontmoet, veel mensen genegeerd. Het was dus veel, misschien veel te veel. Veel te lang ook, liep daar al om acht uur met tentenstokken rond en ‘s avonds om twaalf uur ben ik na een mislukte poging op de parkeerplaats toch maar uit m’n auto gerold, omdat verder rijden totaal onverantwoord was. Wat daarna is gebeurd weet ik niet meer precies, ik ben beland in een Limburgse hoeve waar ik nog meer heb gedronken en toen ging het licht definitief uit.

Heb ik de finals nou in één alinea beschreven? Eigenlijk wel, zal ik er een punt achter zetten? Tot de volgende keer? Ach, laat ik maar doorgaan, er is te veel gebeurd om te laten liggen.

Om te beginnen de ambiance en dan met de name de oranje ambiance. De eerste brok in mijn keel ontstaat als ik die hele stoet bussen zie aankomen bij het stadion, vol met uitgelaten Juballers. In de alumni-bussen zitten ze naar me te zwaaien met flessen Schrobbeler, als dat maar goed gaat. Vijfhonderd Juballers bij elkaar, wat een feest, nu al eigenlijk. De DCE Finals 2011, voor mij anders dan andere jaren. Normaal gesproken is de DCE Finals mijn hoogtepunt van het jaar. In 2011, het jubileumjaar, is het niet meer dan één van de vele hoogtepunten, het is die rollercoaster die ons elke keer weer naar een volgende looping brengt. Mijn persoonlijke hoogtepunt ligt in Amerika en in de Grote Kerk. Daar kan niets of niemand tegen op. Hoe dan ook, ik en die 499 andere Juballers hadden toch ook weer zin in deze bijzondere dag.

En bijzonder werd het. Zo was ik een paar keer te gast bij de vrienden van Korpsmuziek.nl om mijn ‘deskundige’ commentaar te geven en wat te vertellen over Jubal en het jubileumjaar. René en Mark hadden samen met een groep technische mensen en redactieleden een professionele webcast opgezet met geluid, beeld en tekst. Koptelefoon op, microfoon erbij en kletsen maar. Erg leuk. Volgens mij was het een groot succes. Verder heb ik veel gekletst met leuke mensen uit het circuit en zo af en toe een showtje meegepakt. Ik vond de kwaliteit van de deelnemende korpsen zeer goed, het lijkt elk jaar beter te worden. Toch heb ik nog voldoende te ‘zeuren’, anders zou ik ook nu mijn column kunnen afsluiten. Ik gooi het er dus in willekeurige volgorde allemaal in één keer uit, houd je vast! Ik vrees dat sommige passages niet door iedereen gewaardeerd worden, maar het moet gezegd worden, al voel ik me een roepende in de woestijn, of misschien toepasselijker: de Noordpool.

Al eerder schreef ik een column over het feit dat je tegenwoordig als ‘groot’ drumcorps eigenlijk alleen maar nadelen ondervindt. Vroeger won je standaard als je groot en dus hard was, ook niet goed, maar het kan verkeren. Groot en hard wordt nu tegen je gebruikt, er rust bijna een taboe op. Het is eigenlijk alleen maar lastig om volume te hebben. Ik kan er nog steeds niet over uit dat je met anderhalve snarespeler en een paardekop beter kan zijn dan die enorme drumline van Jubal. Kijk, als het nou één grote rammelbak is, dan vind ik het allemaal best. Maar dat was natuurlijk niet het geval. Zelfs een kleuter begrijpt toch nog dat het moeilijker is om met vier tenors iets clean te krijgen dan met… één tenor of geen tenor. Waarom wordt dat niet gewaardeerd? Ik ben die discussie al heel vaak aangegaan, er zitten hele theorieën achter dat het toch echt niet zo werkt, maar ga die verhaaltjes maar bij kleinduimpje in het sprookjesbos ophangen, ik trapte er al niet in en na zaterdag al helemaal niet meer. The Company drumline was ok, maar niet zo ‘demanding’ en vet als de Jubal drumline. Waarom hebben we eigenlijk een cymballine, dat stukje extra, dat stukje showmanship, dat stukje spektakel. Ik zie het niet terugkomen in de punten. Waarom dan al die moeite? Het werkt zo demotiverend. Natuurlijk, een titel is niet te koop met aantallen, maar als die ‘aantallen’ wel matchen en een onwijs goede job doen, dan vind ik dat daar meer waardering voor moet zijn.

Over de pit van The Company nog maar te zwijgen, die hadden alleen maar tijd voor schaatsbewegingen en andere flauwekul, in plaats van muziek maken. Wie die award heeft toegekend heeft waarschijnlijk zelf nog nooit vier malletstokken vastgehouden. En als het wel zo is, dan… tja dan snap ik het helemaal niet. Simpel keyboard-spel, synthesizer-spelers die totaal geen connectie maken met het publiek omdat ze letterlijk verstopt zaten in zwarte doodskisten. Van een vrouw (of misschien was het een man) heb ik twaalf minuten enkel een pluk rood haar gezien. En dan die zangeres, een meisje van twaalf dat prachtig kon zingen, maar dit gaat mij zelfs te ver. Ben ik terecht gekomen in een musical? Ik haat toneelstukjes! (Ja, ook bij Jubal.) Dit was toch een drumcorps-evenement? Ga het theater in!

Het mag jullie inmiddels duidelijk zijn, geheel tegen de stroom in, vond ik The Company de onterechte winnaars van zaterdagavond. Zo, het kan er maar uit zijn, gooi de ‘Google translate’ er maar weer overheen. En dat is voor het eerst in een hele lange tijd dat ik dat vind! Die brass was echt niet om te hachelen. Kerstliedjes? Het zou verboden moeten worden. Is er al een award bedacht voor de lelijkste uniformen ever? Het angstige is dat onze lieve juryleden dit soort shows helemaal ge-wel-dig vinden. The Company was volgens ‘de kenners’ van een buitenaardse klasse. (Ik zeg: alles is relatief na een paar weekjes Amerika.) The Company was ”een nieuw hoofdstuk in drumcorps”. Nou, als dat een nieuw hoofdstuk was, sla ik het boek keihard dicht en gooi ik het op de brandstapel. Hoe kleiner, hoe beter. Hoe meer er wordt gedanst, hoe beter. Gecontroleerd, verfijnd, clean, stilte en nog meer stilte, rust en souplesse. En vooral geen Drumcorps Europe, maar Theater Europe. Het is dé trend in Europees drumcorps. Mini-dans-corpsjes zijn in, waardoor zaterdagavond dé smaakmakers van de avond: Kidsgrove Scouts, onterecht tweede werden. Vraag maar aan het publiek, oh ja, die zouden we bijna vergeten…

Kijk, dat Jubal niet wint, daar heb ik eigenlijk nog best vrede mee. De show van Jubal in 2011 was ook niet helemaal mijn show. Ik schreef het net al, ik houd niet zo van toneelstukjes. De uniform-wissel heb ik altijd redelijk tenenkrommend gevonden, net als de act van ‘dat rare vrouwtje in dat strakke pakje’ zoals ik iemand in het “Rode Zuurpruimen Vak’ hoorde zeggen. Niets ten nadele van ‘dat rare vrouwtje’ die in het echt gewoon een ontzettend leuke en getalenteerde meid is, maar ik vond die act eigenlijk ook helemaal niks. Het thema was voor mij te onduidelijk, een tijdreis, stappen over de lijnen, tja… het zal allemaal wel. Hoe dan ook, buiten de toneelstukjes en thema’s om, de show van Jubal zat wél vol met hoogtepunten. Een sublieme cymballine die we nog nooit op Europese bodem hebben gezien, een pit die wél de sterren van de hemel speelt, die hadden geen tijd om het koud te hebben. Fantastische effecten op het veld. Het heeft even geduurd, maar zelfs de brass was op dreef, over de drumline en de guard nog maar te zwijgen. Al het positieve wat we daar in Amerika over hebben gehoord, wordt hier niet of minder gezien. Een zeer gerespecteerd staff-lid kwam na afloop naar mij toe. “Antoin, ik heb gefaald.” Nee jongen, je hebt gezegevierd!

Maar ja, het is ‘all in the game’. Anderen waren beter. Kidsgrove Scouts was echt genieten, wow wat een einde! Lekker hard, lekker prima! Ze hadden van mij vet, maar dan ook echt vet mogen winnen. Dan had ik er verder wel vrede mee gehad. Net als vorig jaar. Nu gaat de prijs naar een theatergroep, het feit dat The Company zichzelf geen ‘drumcorps’ noemt maar een ‘performance ensemble’ zegt voor mij genoeg. Trouwens waar maak ik me druk om. Volgend jaar bestaan ze waarschijnlijk niet meer, of zijn ze weer opgegaan in een ander clubje. Of zijn ze gehalveerd en halen ze de top 12 niet eens meer, of zijn ze juist gegroeid. Wat dat betreft weet je het nooit met die Engelsen. Ze weten in ieder geval wel hoe het spelletje werkt, inclusief een hele volle week trainen voor de finals. Dit heeft ze echt naar de overwinning gebracht en baart me ook enige zorgen. Want dit kunnen we met Jubal in september nooit voor elkaar krijgen. Het is al lastig om de hele vrijdag te trainen. Ze kunnen overigens repeteren tot ze een ons wegen, het kan er dan clean uitzien, ik vond het niks. Maar volgens mij was die boodschap al aangekomen. Volgend jaar minder theater, meer drumcorps aub!

Juliana blijft verbazen, ik zie het niet. Ja, ik zie dat het goed is (’s middags viel dat overigens nog een beetje tegen), maar gaan we dat kunstje nou volgend jaar weer krijgen met al dat gedans en gedoe, al die stiltes, somberheid, rustmomenten, bodymovements en nog meer stiltes? Ik gun het m’n Zeeuwse vrienden van harte hoor, de fles bubbels is ook weer die kant opgegaan. (Met moeite, dat wél!) Maar ik kan weinig plezier beleven aan dit type shows. Er zitten bij Juliana leuke jongens en meiden waarmee ik heel veel lol kan hebben, maar lol zie ik niet op het veld. Het is allemaal zo zwaarmoedig. Ik heb maar weinig mensen gesproken die Juliana ‘begrijpen’, zeker in combinatie met de ‘ranking’. Gelukkig snappen ze het zelf wel en de jury ook, dus laat die Zeeuwen maar schuiven. Lachende derde! Hulde! Wat trouwens opviel is dat het geprezen Rode Vak de sfeer aardig overnam. Ik vond het nogal een somber en stoffig clubje mensen dat ik nauwelijks heb kunnen betrappen op enig enthousiasme. Met moeite werden de benen even gestrekt na het alumni-corps, maar niet te lang natuurlijk, snel weer zitten. Misschien was staan voor een aantal mensen onmogelijk, maar een beetje plezier bij andere deelnemers kan geen kwaad. Met twee vingers op de handpalm werd ‘geklapt’ en dat was het dan. Mijn hemel, het zouden je supporters maar zijn. (Daarentegen –ik geef het toe- sloegen bij mij natuurlijk alle stoppen door, tot het belachelijke aan toe. Misschien volgend jaar ook maar een rood shirt aan, dan blijf ik wellicht wat kalmer.)

Ik was na afloop behoorlijk teleurgesteld en misschien wel een beetje boos. Nul prijzen, we hadden er minimaal recht op twee, misschien drie. Het feit dat we ’s avond Beatrix ‘hebben gepakt’ deed me werkelijk helemaal niks. (Wie had dat oooooit gedacht!) Oh ja, Beatrix, die hadden we ook nog. ’s Middags heb ik echt zitten genieten, of zoals mijn buurman na afloop zei: “Beatrix is terug”. En daar sluit ik me helemaal bij aan. Een goed gekozen thema, ook wel wat toneel-gedoe op het veld, maar zeker niet storend en overheersend. De guard blijft geweldig, de sound van de hornline gaat weer richting het oude hoge niveau. Misschien visueel nog wat rommelig en dicht op elkaar, maar gewoon leuk en goed. Nu nog wat leden erbij…. Oh nee, juist niet, dat werkt alleen maar in je nadeel!!!!

De Alumni’s trekken zich daar niet van aan, hops gewoon 150 oud-Juballers op het veld en gaan met die banaan. Wat een prachtig korps staat daar, wat ongelofelijk knap dat dit is gelukt. We hebben allemaal onze twijfels weleens gehad in die vier jaar tijd, maar ik ben zo blij dat de vaste kern er altijd in is blijven geloven en is doorgegaan. Grote complimenten daarvoor. Alle leeftijden, alle niveau’s op één veld en dan zo’n show brengen. Hier geen getrut met decorstukken, gillende paraplumannetjes of ander geneuzel, gewoon snoeihard knallen, dat is waar het om draait. Het publiek genoot, AP genoot met een extra dikke kus voor m’n meisie op het veld. Goed om te zien dat ook het blauwe vak helemaal uit z’n pannetje gaat! Heerlijk, dit project zit erop. En mijn tip: houd nog een slotfeest en stop er ook echt mee! Zo moest het zijn, een traktatie voor het jubileumjaar en dat is gelukt.

Ik heb de hele uitslag niet meegekregen, ben buiten verder gegaan waarmee ik eigenlijk nooit was gestopt, bier drinken. Nog nooit zoveel bier op tijdens een DCE Finals. Sta op foto’s, waarvan ik nooit weet dat ze zijn gemaakt. Ook nog nooit zoveel gehuild, het voelde toch een beetje als een afsluiting. Mijn laatste DCE finals in ‘functie’. Zolang ik in het bestuur zit, loop ik altijd mee met het corps op weg naar de gate voor de finals-show, zo ook zaterdagavond. Dat was zeer bijzonder en ik had het daar zeer moeilijk mee. Maar wat was dat wederom erg mooi. Volgend jaar zit ik ‘gewoon’ op de tribune en mogen anderen het doen. Ik zal de club nooit, maar dan ook nooit in de steek laten. Maar het is tijd voor een stapje terug na vele mooie jaren en een extra mooi 2011. Dat laat je dan even de revue passeren tijdens die wandeling naar het stadion. Pfff… Gelukkig werd ik heerlijk opgevangen en daarna kon ik alsnog volledig uit m’n dak gegaan. Lieve Juballers bedankt voor een topseizoen, ik houd van jullie. (Als het goed is hebben een paar leden nog een zuigvlek in hun nek zitten van mij.) Vergeet vooral Amerika niet, daar kan niets en niemand tegenop!

En zo eindig ik waar ik mee was begonnen. Het was een onvergetelijk dag, een dag die eindigde in mineur en dronkenschap. Maar hoe langer ik er over na denk: eigenlijk was het gewoon een topdag.

Eeuwig oranje!

A.P.

p.s. Even voor de duidelijkheid, dit was GEEN afscheidscolumn!