Trommel-klasse

By 30 October 2007a.p.

En weer kunnen we een klasse van de DCE-competitie naar z’n laatste rustplaats dragen. Na de A-class is nu ook de Percussion-class gesneuveld, gecondoleerd! Voor de mensen die tijdens de percussion-class altijd koffie of een broodje worst gaan halen (en dat zijn er heel veel), even een korte uitleg. De percussion-class, ook wel trommel-klasse genoemd, is bedoeld voor verenigingen die alleen met een drumline op een veld staan. Ze kiezen daar overigens bewust voor. Vervolgens lopen ze een show en komt de melodie van het front-ensemble. Het heeft een hoog “Slagerij van Kampen-gehalte” met veel theatrale gebaren, nutteloze stickmoves en ge-ren op de vierkante centimeter.

Ik houd er niet zo van, want ik blijf altijd hoopvol om me heen kijken wanneer de brass en de guard aan komt lopen. Helaas… die komen niet, het blijft bij trommels en de rest denk ik er dan maar bij, terwijl dat natuurlijk eigenlijk helemaal niet de bedoeling is. Er zit veel kwaliteit, maar ik blijf iets missen. Opvallend is dat de leden van deze zogenoemde “units” (grrrr) bijna uit hun voegen barsten van het enthousiasme. Dat vind ik dan wel weer mooi. Ze gaan er echt voor, schreeuwen, springen, oerkreten… het kan niet op. Het gaat tevens gepaard met angstaanjagende gezichtsuitdrukkingen die ook terug te vinden zijn als een sessie op een wc-pot iets te lang duurt omdat het niet zo wil lukken. Het “spettert” het veld af, maar de half leeggelopen tribune reageert vlakjes. Want tja, wat moet je er mee?

Ik kan me er dus wel wat bij voorstellen dat DCE hier afscheid van neemt. Deze organisatie richt zich steeds meer op de core business “drumcorps”, niets meer, niets minder. Eerder werd al vriendelijk afscheid genomen van de A-class, een klasse die bedoeld is voor korpsen die -hoe zal ik het netjes formuleren- tegen de drumcorps-stijl aanhangen, maar het nog nét niet zijn of ook –heel stoer- niet willen zijn. Nu is dus de percussion-class aan de beurt. Opvallend is dat DCE vrij hard stelt dat deze klasse zich niet ontwikkelt als het gaat om aantal deelnemers, iets wat je natuurlijk wel ziet bij de open-class. Het zijn iedere keer dezelfde deelnemers met iedere keer dezelfde winnaar. Die zijn natuurlijk erg blij, maar ja, hoe blij kan Jubal zijn met een Nederlands Kampioenschap als Beatrix er niet is?

Maar DCE, zou DCE niet zijn, als ze niet met een nette afvloeiingsregeling zouden komen. De percussion-groepen kunnen terecht in het (letterlijk) warme nest van Color Guard Nederland “waar ze natuurlijk ook veel beter tot hun recht komen.” Lekker binnen in een schone, nette sporthal met veel vrouwelijk schoon en gezellige kantines met liters bier in de tap. Ik zou het wel weten! En voor de units (laatste keer ooit, dat ik dit woord gebruik) die toch vast willen blijven houden aan de geur van vers gemaaid gras, die kunnen ook nog terecht bij “good old” DCN. De drie wijzen van DCN zijn nooit te beroerd om de afvalligen van grote broer DCE in de drumcorps-herberg op te vangen. Wat een barmhartigheid!

Grote vraag is natuurlijk, wat wordt de volgende stap? Welke klasse sneuvelt er volgend jaar? De cadet-class? Het zou me niets verbazen. Er is eigenlijk al geen plek meer voor. De junioren worden een beetje in het overvolle programma gefrommeld. Voor meer dan drie deelnemers is geen plek. ’s Avonds heb je alleen maar last van ze, want dan breken die irritante kinderen tijdens een prachtige ballad de zijtribune af. Ergernis nummer één van het publiek. Daar ben je in één klap vanaf, als je de cadet-class vaarwel zegt. Allemaal een zakje snoep mee, en alle kinderen blij. Dus even een diplomatieke oplossing vinden en die volgende stap is gezet. DCN ziet ze graag komen.

Trouwens, nog meegekregen wat het Engelse Kidsgrove Scouts volgend jaar gaat spelen? Cirque du Soleil! Ik zeg niets……

A.P.

Next Post