Uitlachen

By 29 June 2008a.p.

De vraag die bij mij afgelopen zaterdag spontaan opkwam: “Mag je een muziekkorps, hoe goed ze in hun eigen ogen ook hun best doen, uitlachen.” Ieder fatsoenlijk mens zou zeggen; “natuurlijk niet!” Ik dus ook. Maar stel nou dat dit korps loopt in belachelijk korte broekjes en zo vals speelt als een opgewonden kraai? Nou? En als ze dat ook nog eens een half uur vol trots weten vol te houden? Nou? Sorry, sorry, sorry voor alle fatsoensrakkers op aarde; maar ik heb afgelopen zaterdag voor het eerst in mijn jonge geschiedenis een muziekkorps keihard uitgelachen. Ik hield het echt niet meer, proesten, tranen met tuiten, tjongejonge, wat heb ik gelachen.

Dit tafereeltje speelde zich af op de tribune van FC Roeselare waar afgelopen zaterdag een showkorps-wedstrijd werd gehouden van de ‘rising star’-organisatie WAMSB. Ik zat helemaal klaar voor mijn Jubal die stipt om vier uur moest aantreden op straffe van diskwalificatie. Helemaal in de verte zie ik Jubal aankomen, ze staan strak in de houding om het veld te betreden en op dat moment zie ik links de plaatselijke padvindersband het veld betreden. Verrassing! Nou vooruit dan maar, een nummertje voor de moeite! Althans, dat was de hoop na de eerste klanken gehoord te hebben.

Dit was vals, valser, valst. Er werden een paar cirkeltjes gelopen, waarna de tambour-maitre zelf achter een tomrek plaatsnam en een solootje weggaf. Ik heb ook nog een doedelzak voorbij horen komen. De hoornspelers draaide hun kelk fier de tribune in, waarna er een soort koegeluid werd geproduceerd, ondersteund door schelle xylofoonklanken die zo hoog waren dat er echt niets anders op zat dan mijn vingers naar mijn oren te brengen. Ik heb daar normaal een enorme hekel aan, maar het kon echt niet anders. De dames achter mij maakten zich op dat moment vooral druk over het feit wie de mooiste benen had en vooral… wie ook niet. Het ging maar door, nog een nummertje, de hele cliche-kast werd opengetrokken en dat arme Jubal stond maar te wachten.

De padvinders speelden door of hun leven er van afhing, hoe harder, hoe valser, wat een drama, maar wat heb ik gelachen. Bedankt daarvoor, want ik ben gek op lachen. Het lachen verging me overigens al snel bij het optreden van Jubal. Een stuk minder vals, dat wel, maar verder was het niet heel erg best. Was dat mijn straf voor het openlijk afvallen van de padvinders van Roeselare? Nou, als dat zo is, is het dubbel en dwars waard geweest. De show stond nog niet in de schaduw van het optreden op de Showkorpsendag waar vriend en vijand lovend over was. En dan miste ik ook nog mijn geliefde pitversterking (misschien binnenkort maar weer eens een columnpje over schrijven). En dat allemaal door die eikel van een terreinmeester. Een compleet hysterische vent die eerder die dag, als we er niet voor waren gesprongen, iedereen persoonlijk hardhandig het veld af had willen slaan. Wat een idioot!

Dit Belgisch egootje bepaalde dat alle instumenten het veld opgetild moesten worden en dat die zware speakers al helemaal uit den boze waren. Dus weer geen pitversterking voor mijn schone oortjes, ik had er er zo’n zin in. Kortom, het zat allemaal niet mee. De show ging als een nachtkaarsje uit omdat het complete publiek zich had gefocused op een Juballer die vooraan het veld volledig gestrekt ging en in ademnood kwam. Erg vervelend voor iedereen, en gelukkig ging het later weer wat beter, maar op dat moment dacht ik even; het zit ons echt niet mee vandaag, de straf voor het uitlachen van de padvinders?

Even een biertje om bij te komen van deze hectische uurtjes, wat heb ik toch een rare hobby. Maandag op m’n werk; “AP, nog wat leuks gedaan van ‘t weekend? Oh, ik heb ruzie gemaakt met een Belgische voetbaltrainer en vervolgens heb ik bijna in m’n broek gezeken van het lachen om een stelletje padvinders met lelijke benen.” Stil…… Nou goed, tijd om snel weg te gaan. Deze locatie was er een om snel te vergeten. Mooie tribune en een mooi veld, maar het wordt wat lastig als je er niets mee mag doen.

Het thema van deze column is uitlachen, er zal ook wel weer stiekem (of hardop, ook goed) veel gelachen worden over de uitslag van die wamswie-wedstrijd. Geeft niets, doe ik ook, heb ik net aangetoond. Die uitslag hoorde we ‘s avonds bij het vertrek in Dendermonde. Daar waren we overigens aardig op adem gekomen van alle toestanden. Leuk plaatsje, leuke mensen en vooral geen voetbal-eikels. Maar goed …die uitslag. Het is dat iemand ging bellen, want die wedstrijd had ik al van m’n harde schijf gewist. Ik had niet het idee dat iedereen nou verslagen in de bus zat na het horen van de uitslag. Sterker nog, het was weer eens ouderwets gezellig.

Ik was persoonlijk zelfs een beetje opgelucht, had erger verwacht. Maar met een Italie trip van ruim tien dag voor de boeg kan je sowieso de hele wereld aan. Het hoort er de laatste jaren ook een beetje bij, verrassingen en puntenschommelingen in de diverse wedstrijdciruits die er zijn. Dit jaar ook al weer meerdere malen gezien, erg leuk! Alhoewel het in mijn ogen echt onmogelijk blijft om een korps als Pasveer in hetzelfde systeem te beoordelen met een drumcorps, hoeveel sympathie ik ook heb voor Pasveer. (Ik zal er jury-technisch wel weer volledig naast zitten.) Uiteindelijk draait het maar om een ding, hoe draait het in september…

Lachen is gezond, waar dan ook, waarom dan ook en wanneer dan ook. You win some, you lose some, maar voorlopig zitten wij over een week op ons r… in de zon aan een overheerlijk Proseccootje.

Ciao!

a.p. (met de volgende column live vanuit San felice, tis er nu 35 graden)